Junior Challenge vindt koude maar geslaagde aftrap bij Flevonice Wintertriathlon

Kinderen enthousiast maken voor de prachtige sport die triathlon is: dat is en blijft het idee achter het Junior Challenge Circuit. Vijf wedstrijden: één in Zeewolde, één op Urk, één in Emmeloord, één in Almere en vandaag de aftrap in Biddinghuizen. Dat is misschien wel meteen de meest unieke, want kinderen stappen hier eerst in de schaats, daarna op de mountainbike en tot slot sluiten ze de race hardlopend af.

Eén van de deelnemers, de negenjarige Matthias, was in ieder geval direct enthousiast. De kou, want koud was het vanochtend, maakte hem weinig uit. ,,Het is een wintertriathlon, dus dan hoort dat wel een beetje”, zegt hij met een wat nerveus lachje. Die zenuwen zijn zo gek ook niet, want het is vijf minuten voor de start. ,,Ik heb dit nog nooit gedaan en heb kriebels in mijn buik. Mijn moeder zei dat ik moest proberen niet te hard van start te gaan, dus ik hoop dat dat lukt.” Vijf minuten later gaan er behoorlijk wat kids van start en leek Matthias zijn voornemen vergeten. Als een speer gaat hij ervandoor. ,,Leuk toch”, lacht zijn moeder daar langs de kant over. ,,Die onbevangenheid, het plezier waar al die kids mee sporten. Ik vind dat iedere keer weer heel leuk om te zien.”

Plezier had zeker ook de 10-jarige Cynthia, die we kort spreken terwijl ze haar schaatsen probeert uit te doen. Met koude vingers lukt dat net, maar krijgt ze ook een beetje hulp van haar moeder. ,,Wat een koude wind staat er”, verzucht ze half vrolijk, maar ook een beetje vertwijfelend. ,,Maar ik ga niet opgeven hoor. Ik ga gewoon door.” Terwijl ze dag zegt, verschijnt er een lach rond op haar gezicht. Op naar haar fiets kijkt ze nog een keer om. Een zwaai richting haar moeder ,,Tot straks.”

Organisator Martin Veenhuizen vat de charme van deze wedstrijd in ieder geval samen. ,,Atleten van alle niveaus kunnen hier terecht. Ook als je nog nooit hebt meegedaan, als je nog nooit op de schaats hebt gestaan of op een mountainbike hebt gezeten. Niks moet, alles mag.”